Op een zandpad tussen heide en dennen zie je soms meer dan je denkt. Een afdruk in rul zand, een pluk haar aan een raster, een wildcamera die in de nacht kort aanslaat. Wie wil weten hoeveel wolven er op de Veluwe leven, heeft aan zo’n enkel spoor niet genoeg. Het beeld ontstaat pas als al die losse aanwijzingen bij elkaar worden gelegd.
Zo is de wolf Veluwe de afgelopen jaren steeds beter in kaart gebracht. Niet met één grote telling, maar met veldwerk, DNA-onderzoek, camerabeelden en meldingen die stuk voor stuk worden gecontroleerd. Juist op de Veluwe, waar bos, heide en stuifzand elkaar afwisselen, werkt dat beter dan een momentopname.
Van eerste vestiging naar meerdere roedels
De verandering ging snel. In 2018 vestigde de eerste wolf zich op de Noord-Veluwe. Een jaar later werd daar het eerste wolvenpaar vastgesteld. In 2019 volgden ook de eerste welpen op de Noordelijke Veluwe. Sindsdien groeide de Veluwe uit tot het centrum van de Nederlandse wolvenpopulatie.
In oktober 2025 werd het aantal wolven op de Veluwe geschat op 116. In mei 2026 lagen 7 van de 14 Nederlandse roedels op de Veluwe. Dat zijn cijfers die laten zien hoe groot de rol van het gebied inmiddels is. Tegelijk blijft het om schattingen gaan. Wolven trekken rond, jonge dieren verlaten een roedel en niet elk dier laat zich even makkelijk volgen.
Daarom draait wolvenmonitoring Veluwe om meer dan tellen alleen. Het gaat ook om de vraag waar dieren zich ophouden, waar voortplanting plaatsvindt en hoe roedels zich door het gebied bewegen.
Hoe wolven op de Veluwe worden gevolgd
BIJ12 coördineert de monitoring namens de provincies. Daarbij werken meerdere partijen samen, onder meer de Zoogdiervereniging via het Wolvenmeldpunt, Wageningen Environmental Research, het CEwolf-consortium, de Faunabeheereenheid Gelderland en Het Nationale Park De Hoge Veluwe.
Het monitoringjaar loopt van 1 mei tot en met 30 april. Dat vaste ritme helpt om gegevens goed te vergelijken. Een waarneming uit juni krijgt zo een plek in hetzelfde jaaroverzicht als een DNA-vondst uit februari.
In het veld begint veel werk klein. Terreinbeheerders, faunabeheerders, jagers, grondeigenaren en vrijwilligers geven waarnemingen door. Soms gaat het om een directe observatie, vaker om sporen. Denk aan pootafdrukken, uitwerpselen, haren of een prooirest. Wildcamera’s vullen dat aan. Ze laten zien of een wolf op een plek terugkomt en soms ook of er meerdere dieren samen lopen.
Dat is nodig, want wolven laten zich niet tellen zoals edelherten op een open vlakte. In dicht bos of op de overgang van heide naar dekking verdwijnen ze snel uit beeld.
DNA-onderzoek geeft houvast
De stevigste onderbouwing komt vaak uit het lab. DNA-onderzoek gebeurt op basis van haar, uitwerpselen, bloed en kadavers. Daarmee kan aanwezigheid worden bevestigd en kunnen onderzoekers individuele wolven van elkaar onderscheiden.
Dat maakt een groot verschil. Een losse camerafoto zegt dat er een wolf is geweest. DNA kan duidelijk maken welk dier het was. In een gebied met meerdere roedels voorkomt dat dubbeltellingen. Het helpt ook om te zien of een wolf nieuw in het gebied is of al langer bekend was.
Voor de wolf op de Veluwe is dat essentieel. Zonder DNA blijft het risico bestaan dat één rondtrekkend dier op verschillende plekken als meerdere wolven wordt gezien. Andersom kan een roedel ook kleiner lijken dan die in werkelijkheid is.
DNA maakt bovendien zichtbaar waar voortplanting aannemelijk is. Als sporen van ouderdieren en jongen in hetzelfde gebied terugkomen, ontstaat een veel steviger beeld van een roedel dan met een enkele waarneming.
Sporen in zand, langs bosranden en op wildwissels
De Veluwe helpt onderzoekers op sommige punten een handje. Op zandige paden en open stukken zijn loopsporen soms goed te zien. Ook uitwerpselen en haren langs een wissel kunnen veel vertellen. Toch geldt steeds hetzelfde: een spoor op zichzelf is zelden genoeg.
Daarom worden meldingen beoordeeld met de zogeheten SCALP-criteria. Dat is een vaste methode om waarnemingen te wegen. Niet elke foto of melding telt automatisch als bevestigde waarneming. Eerst wordt gekeken hoe betrouwbaar het materiaal is en of er ondersteunend bewijs is.
Dat klinkt technisch, maar het is in de praktijk simpel uit te leggen. In een tijd waarin beelden snel rondgaan via apps en sociale media, is zorgvuldigheid nodig. Een hond in de verte is nog geen wolf. Een onscherpe nachtfoto evenmin. Pas na controle krijgt een melding echt gewicht.
Van melding naar bevestigde waarneming
Er komt veel informatie binnen. BIJ12 ontving in de periode van mei tot en met oktober 2024 in totaal 2.529 meldingen. Daarvan werden er 1.344 bevestigd. Juist dat verschil laat zien waarom controle zo belangrijk is.
Achter die cijfers zit veel werk. Meldingen moeten worden bekeken, vergeleken en soms aangevuld met extra onderzoek. Het Wolvenmeldpunt van de Zoogdiervereniging speelt daarin een belangrijke rol, net als terreinbeheerders en andere mensen die dagelijks in het gebied komen.
Op de Veluwe komen natuurbeheer, recreatie en landbouw dicht bij elkaar. Daardoor komen meldingen uit veel richtingen. Dat is waardevol, maar het vraagt ook om een strakke werkwijze. Anders ontstaat al snel ruis.
Kadavers vertellen ook een verhaal
Monitoring gaat niet alleen over levende wolven in beeld krijgen. Ook dode prooidieren leveren informatie op. Sinds augustus 2021 registreert De Hoge Veluwe bij kadavermonitoring gedode dieren op datum, locatie, soort, leeftijd en geslacht.
Zo’n registratie laat zien welke prooidieren worden benut en waar dat gebeurt. Dat geeft extra inzicht in het gebruik van het gebied. Een kadaver zegt niet alles over de aanwezigheid van een roedel, maar het voegt wel een laag toe aan het totaalbeeld.
Vooral in een gebied als De Hoge Veluwe, waar beheer en ecologie nauw op elkaar inwerken, zijn zulke gegevens bruikbaar. Ze helpen om patronen te herkennen die je op basis van losse waarnemingen minder snel ziet.
Nieuwe stap: onderzoek met GPS-zenders
Sinds oktober 2025 loopt een onderzoek van WUR en De Hoge Veluwe met GPS-zenders op wolven en prooidieren. Daarmee verschuift een deel van het onderzoek van vaststellen naar nauwkeuriger volgen.
DNA en camerabeelden laten vooral zien waar een wolf is geweest. Een zender kan laten zien hoe een dier zich verplaatst, welk gebied het gebruikt en hoe bewegingen van roofdier en prooidier zich tot elkaar verhouden.
Dat is op de Veluwe extra relevant, omdat hier meerdere roedels dicht bij elkaar leven. Juist dan wordt het belangrijk om niet alleen aantallen te schatten, maar ook te begrijpen hoe leefgebieden elkaar raken of overlappen.
Een druk wolvengebied vraagt om vaste regels
De Faunabeheereenheid Gelderland werkt daarom met een telprotocol uit het voorjaar van 2025. Zo’n protocol helpt om waarnemingen, camerabeelden, sporen en andere gegevens op dezelfde manier te verzamelen en te beoordelen.
Dat is geen detail. De Veluwe is groot en afwisselend. Van de Noord-Veluwe tot de omgeving van Otterlo, Hoenderloo, Epe, Heerde, Ermelo, Putten, Nunspeet en Ede verschillen landschap en zicht sterk per plek. Op de ene locatie levert een zandpad duidelijke sporen op. Elders verdwijnt een dier vrijwel meteen in dicht bos.
Ook grote natuurgebieden spelen daarin een rol, zoals De Hoge Veluwe, de Veluwezoom, de Loenermark en het Kootwijkerzand. Wie daar gegevens uit wil vergelijken, moet dat wel op een vaste manier doen.
Waarom die monitoring verder gaat dan aantallen
De wolf roept op de Veluwe veel reacties op. Voor de één hoort het dier bij een veranderende natuur. Voor de ander draait het gesprek vooral om veiligheid, beheer of schade aan vee. Juist daarom is betrouwbare monitoring belangrijk. Zonder goede gegevens blijft het debat al snel hangen in losse indrukken.
De gegevens uit het veld blijven bovendien niet binnen Gelderland. Provincies rapporteren ook aan Europa over de staat van instandhouding. Een DNA-spoor of camerabeeld van de Veluwe kan dus onderdeel worden van een groter beeld van de wolf in Nederland.
Dat grotere verhaal begint vaak klein. Met een afdruk in het zand. Een camera in de nacht. Of een melding die na controle nét wel of juist niet wordt bevestigd. Zo groeit stukje bij beetje het beeld van een dier dat zich zelden laat zien, maar duidelijk aanwezig is.
FAQ
Hoe wordt een wolf op de Veluwe vastgesteld?
Met een combinatie van DNA-onderzoek, wildcamera’s, sporenonderzoek, foto- en filmmateriaal en gecontroleerde meldingen uit het veld.
Wie coördineert de wolvenmonitoring op de Veluwe?
BIJ12 doet dat namens de provincies, samen met onder meer de Zoogdiervereniging, Wageningen Environmental Research, CEwolf, de Faunabeheereenheid Gelderland en De Hoge Veluwe.
Hoeveel wolven leven er op de Veluwe?
In oktober 2025 werd het aantal geschat op 116 wolven. Dat blijft een schatting op basis van meerdere bronnen.
Hoeveel roedels zijn er op de Veluwe?
In mei 2026 lagen 7 van de 14 Nederlandse roedels op de Veluwe.
Wat zijn SCALP-criteria?
Dat zijn vaste beoordelingsregels voor wolfwaarnemingen. Ze helpen om meldingen betrouwbaar en vergelijkbaar te beoordelen.
Worden wolven op de Veluwe ook met zenders gevolgd?
Ja. Sinds oktober 2025 loopt een onderzoek van WUR en De Hoge Veluwe met GPS-zenders op wolven en prooidieren.

Leave a Reply