Stuwwallen op de Veluwe: waar liggen ze en wat merk je ervan in het landschap?

Stuwwallen op de Veluwe: waar liggen ze en wat merk je ervan in het landschap?

Wie vanaf Apeldoorn de Veluwe op rijdt, merkt het landschap al snel aan de weg. Die loopt niet recht vooruit, maar klimt, buigt en zakt weer weg. Even later sta je op een hoger stuk met heide, om daarna een droog dal in te kijken waar nu geen beek meer stroomt. Dat reliëf is geen toeval. Het hoort bij de stuwwallen van de Veluwe, de oude ruggen die het landschap hier vorm hebben gegeven.

Op de kaart lijkt de Veluwe soms één groot natuurgebied. In het terrein voelt dat anders. Tussen Apeldoorn, Ede, Ermelo, Nunspeet, Garderen, Otterlo en Kootwijk wisselen hoge delen, flanken en laagtes elkaar steeds af. Juist die opbouw maakt de Veluwe herkenbaar.

Hoe de stuwwallen van de Veluwe ontstonden

De stuwwallen van de Veluwe ontstonden in het Saalien, de voorlaatste ijstijd, ongeveer 150.000 jaar geleden. Landijs uit het noorden bereikte Nederland en duwde zand, grind en klei uit oudere rivierafzettingen voor zich uit. Zo werden grote ruggen opgestuwd.

Daarmee is ook meteen verklaard waarom de Veluwe geen vlak plateau is. Het gebied bestaat uit meerdere stuwwallen die tegen elkaar aan liggen. Dat zie je terug in de afwisseling van hoge ruggen, steilere hellingen en lagere zones ertussen.

In de bodem is die geschiedenis nog aanwezig. Op veel plekken zitten grove zandlagen, grind en keien in de ondergrond. Die opbouw bepaalt hoe water wegzakt of juist blijft hangen. Daarom voelt de ene plek op de Veluwe kurkdroog, terwijl je verderop in een nattere laagte uitkomt.

Waar liggen de stuwwallen op de Veluwe?

Wie wil begrijpen waar de stuwwallen op de Veluwe liggen, moet niet naar één heuvelrug zoeken. Het gaat om een stelsel van ruggen dat grote delen van de streek vormt.

De hoogste en grootste ligt op de Oost-Veluwe. Daar ligt ook Signaal Imbosch, met 109,9 meter boven NAP het hoogste punt van de Veluwe. Rond Apeldoorn, Hoenderloo en in de richting van Loenen is het reliëf goed te zien.

Verder naar het noorden ligt de stuwwal van Garderen en Ermelo. Ook rond Nunspeet en Elspeet loopt het terrein op en af. Aan de zuidwestkant horen de ruggen bij Ede, Otterlo en Wageningen bij hetzelfde geologische verhaal, al ligt Wageningen aan de rand van de Veluwe en niet midden op het massief. In het noorden loopt het stuwwallenlandschap door richting Hattem en Nunspeet.

De Veluwezoom wordt vaak in één adem genoemd met de Veluwe, en geologisch klopt dat ook. Bestuurlijk en geografisch ligt een deel ervan aan de rand, bij plaatsen als Dieren en Rheden. Arnhem zelf ligt niet op de Veluwe, maar wel direct aan de zuidrand ervan. Dat onderscheid is belangrijk, juist omdat de Veluwe in de praktijk vaak ruimer wordt aangeduid dan het gebied zelf.

Wat je van die stuwwallen terugziet in het landschap

Het woord stuwwal klinkt technisch, maar in het veld is het vrij eenvoudig te herkennen. Je ziet hoogteverschil. Je merkt dat paden stijgen en dalen. Je ziet bos op hellingen, heide op hogere delen en droge dalen die breed door het terrein lopen.

Die droge dalen zijn opvallend op de Veluwe. Ze lijken soms op beekdalen, maar er staat meestal geen water in. Ze ontstonden onder koude omstandigheden in de ijstijd, toen smeltwater en erosie het landschap uitsleten. Daardoor kreeg de Veluwe niet alleen ruggen, maar ook insnijdingen en laagtes.

Op andere plekken zijn de overgangen subtieler. Dan loopt een weg langzaam omhoog zonder dat je het meteen doorhebt. Pas als je omkijkt, zie je hoe ver het land is weggezakt. Dat maakt het stuwwallenlandschap op de Veluwe zo herkenbaar: het zit niet alleen in uitzichtpunten, maar ook in kleine verschillen in het terrein.

Aan de zuidrand is het reliëf op sommige plaatsen scherper. Dat heeft te maken met erosie door de Rijn in een ver verleden. Daardoor zijn delen van de rand steiler dan elders op de Veluwe.

Water volgt de vorm van het land

De stuwwallen bepalen niet alleen de hoogte, maar ook het water. Regenwater zakt op de hoge zandgronden snel weg. Op andere plekken stuit het grondwater op minder doorlatende lagen en komt het weer aan de oppervlakte. Dat verschil zie je terug in natte en droge zones, soms op korte afstand van elkaar.

Vooral aan de oostkant van de Veluwe is dat goed zichtbaar. Daar liggen sprengenbeken en oude watermolens, onder meer bij Vaassen, Eerbeek en Loenen. Mensen hebben die beken niet toevallig juist daar gegraven en benut. De flanken van de stuwwallen en de druk van het grondwater maakten zulke plekken geschikt.

Wie over de Veluwe praat, denkt vaak eerst aan droge heide en bos. Toch hoort water net zo goed bij het verhaal. Zonder die hoogteverschillen en die bodemopbouw waren veel beken er anders uit gaan zien, of helemaal niet ontstaan.

Kootwijk, heide en stuifzand

Bij Kootwijk en in de omgeving van Radio Kootwijk ligt de geologie bijna open en bloot aan de oppervlakte. Daar zie je hoe zandige gronden onder invloed van wind konden verstuiven. Het Kootwijkerzand is geen los verschijnsel, maar past in het grotere verhaal van de Veluwe als hoog en droog zandgebied.

Dat stuifzand ontstond niet alleen door natuurlijke processen. Ook menselijk gebruik speelde een rol. Door begrazing, plaggen en houtkap raakte de begroeiing op sommige plekken zo ver terug dat de wind vrij spel kreeg. Zo veranderde een deel van de hoge gronden in open zand.

Ook heidevelden hangen met die arme zandbodems samen. Op de hogere delen van de Veluwe, bijvoorbeeld rond Otterlo, Hoenderloo en Elspeet, zie je hoe bodem en gebruik samen het landschap hebben gevormd. Wat nu natuur lijkt die er altijd al lag, is vaak het resultaat van een lange wisselwerking tussen ondergrond, klimaat en mens.

Waarom de Veluwe nergens echt vlak voelt

Wie regelmatig op de Veluwe komt, weet dat de streek zelden echt vlak aanvoelt. Zelfs waar het landschap open is, blijft er beweging in het terrein zitten. Een pad loopt over een rug, een bosrand volgt een helling en een heideveld ligt net iets hoger dan het omliggende land.

Dat heeft alles te maken met de stuwwallen. Ze vormen het geraamte van het gebied. Zonder die oude opstuwingen zou de Veluwe er heel anders uitzien. Minder hoogteverschil, minder droge dalen, minder abrupte overgangen tussen hoog en laag.

Je hoeft daar geen geoloog voor te zijn om het te zien. Een fietstocht tussen Garderen en Kootwijk, een wandeling bij Hoenderloo of een rit over de weg van Apeldoorn naar Elspeet is vaak al genoeg. Dan merk je hoe sterk die oude ijstijd nog altijd doorwerkt in het landschap van nu.

De Veluwe lezen aan de hand van het reliëf

De stuwwallen van de Veluwe zijn dus meer dan een geologisch begrip. Ze verklaren waarom het gebied eruitziet zoals het eruitziet. Waarom sommige delen open zijn en andere besloten. Waarom water op de ene plek verdwijnt en op de andere plek opwelt. En waarom de Veluwe, anders dan veel andere delen van Nederland, voortdurend lijkt te golven.

Dat maakt het landschap niet geheimzinnig, maar juist leesbaar. Als je eenmaal weet waar je op moet letten, zie je de opbouw overal terug. In een steile bosrand bij de Veluwezoom. In een droog dal bij Hoenderloo. In het open zand bij Kootwijk. Of op de hoge gronden rond Otterlo en Garderen.

De stuwwallen liggen er al sinds de ijstijd. Toch bepalen ze nog elke dag hoe de Veluwe wordt beleefd.

Veelgestelde vragen

Hoe zijn de stuwwallen van de Veluwe ontstaan?

Ze ontstonden in het Saalien, ongeveer 150.000 jaar geleden. Landijs duwde zand, grind en klei uit oudere afzettingen op tot heuvelruggen.

Waar liggen de stuwwallen op de Veluwe?

Ze liggen verspreid over de hele Veluwe, onder meer rond Apeldoorn, Hoenderloo, Garderen, Ermelo, Nunspeet, Ede, Otterlo en Kootwijk.

Wat is het hoogste punt van de Veluwe?

Dat is Signaal Imbosch op de Oost-Veluwe, met 109,9 meter boven NAP.

Waaraan herken je een stuwwallenlandschap?

Aan hoogteverschillen, hellingen, droge dalen, heide op hogere delen en bos op flanken en ruggen.

Wat hebben sprengenbeken met de stuwwallen te maken?

De hoogteverschillen en bodemlagen van de stuwwallen zorgen ervoor dat grondwater op sommige plekken naar buiten komt. Daardoor konden sprengenbeken ontstaan, zoals bij Vaassen en Loenen.

Waarom hoort Kootwijk bij dit verhaal?

Rond Kootwijk zie je goed hoe de hoge zandgronden van de Veluwe samenhangen met heide en stuifzand. Het reliëf en de ondergrond zijn daar nog duidelijk zichtbaar.


Posted

in

by

Tags:

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *