Wie bij Leuvenum of Hoog Buurlo over de heide loopt, ziet vooral rust. Zandpaden, dennen, hier en daar een lichte glooiing in het terrein. Toch liggen juist daar sporen van een tijd waarin Romeinse militairen de Veluwe introkken. Geen stenen stad, geen fort met poorten en torens, maar iets veel soberders. Een wal, een gracht, een kamp dat even werd gebruikt en daarna weer verdween in het landschap.
Dat maakt de Romeinen op de Veluwe meteen anders dan het bekende verhaal langs de Rijn. Daar lag de grens van het Romeinse Rijk, met forten en vaste verbindingen. De Veluwe lag daarbuiten. Juist daarom vallen de vondsten hier op. Ze zijn schaars, maar wel heel concreet.
De Veluwe lag buiten de Romeinse grens
In de Romeinse tijd liep de noordgrens van het rijk langs de Rijn. Die grens, de limes, vormde de militaire lijn met forten en wegen. De Veluwe hoorde daar niet bij. Het gebied lag buiten het rijk, in een zone waar wel contact was, maar geen blijvende Romeinse inrichting zoals langs de rivier.
Dat verschil is belangrijk. Wie zoekt naar de Romeinen op de Veluwe, moet geen netwerk van steden of grote legerplaatsen verwachten. Wat hier is gevonden, past bij een gebied aan de rand van de Romeinse wereld. Het gaat om tijdelijke aanwezigheid, doortocht en contact met bewoners van de hogere zandgronden.
Dat beeld sluit ook aan bij het landschap. De Veluwe bestond uit hogere gronden met oude routes, verspreide bewoning en open plekken tussen bos en heide. Daarin konden troepen zich verplaatsen, maar ze lieten weinig blijvende bouw achter.
Marskamp Ermelo maakt het verhaal tastbaar
Het duidelijkste voorbeeld is het marskamp bij Ermelo. Daar herinnert het beeld De Romein aan een tijdelijk legerkamp uit ongeveer 170 na Christus. Het kamp was 250 bij 350 meter groot en had een wal en een gracht.
Zo’n marskamp was geen vaste basis. Soldaten gebruikten het kort, bijvoorbeeld tijdens een tocht door het gebied. Daarna trokken ze verder. Juist dat tijdelijke karakter verklaart waarom er op de Veluwe weinig grote Romeinse resten zijn gevonden, maar wel zulke herkenbare contouren in de bodem.
Lang gold dit kamp als het enige bekende tijdelijke Romeinse kamp van Nederland. Dat gaf Ermelo een bijzondere plek in het onderzoek naar de Romeinse tijd in ons land.
Ook bij Leuvenum en Hoog Buurlo zijn kampen gevonden
Het bleef niet bij één plek. In de omgeving van Ermelo-Leuvenum is een tweede marskamp archeologisch vastgesteld. Daar kwam ook een Romeinse oven aan het licht. Dat is een klein detail, maar wel een veelzeggend detail. Het laat zien dat zo’n kamp meer was dan een omheind terrein. Er werd gekookt, gewerkt en geleefd, al was het maar kort.
Bij Leuvenum liggen bovendien tientallen grafheuvels op de Veluwe uit veel oudere perioden, uit het neolithicum en de bronstijd. Daardoor zie je op één plek hoe verschillende tijden over elkaar heen liggen. De Romeinen kwamen dus niet in een leeg gebied terecht. Ze trokken door een landschap dat al lang door mensen werd gebruikt en gemarkeerd.
Een derde kamp werd in 2023 ontdekt bij Hoog Buurlo. Dat kamp beslaat ongeveer 9 hectare en dateert vermoedelijk uit de tweede eeuw na Christus. Onderzoekers stelden een gracht, een wal en ingangen vast. Ook werd er een fragment van militair pantser gevonden.
Die ontdekking laat ook zien hoe archeologie op de Veluwe vaak werkt. Niet alles springt in het veld direct in het oog. Onderzoekers gebruiken hoogtekaarten en luchtfoto’s om patronen in het terrein te herkennen. Pas daarna wordt duidelijk dat een lichte verhoging of een gebogen lijn in het landschap een oud kamp kan markeren.
Geen forten, wel duidelijke sporen van aanwezigheid
De marskampen vertellen iets wezenlijks over de Romeinse aanwezigheid op de Veluwe. Ze laten zien dat Romeinse militairen hier echt zijn geweest. Niet als blijvende bezetters, maar als troepen die zich door het gebied bewogen en er tijdelijk verbleven.
Dat is een ander verhaal dan langs de Rijn. Daar draaide het om grensbewaking en vaste legerplaatsen. Op de Veluwe gaat het om beweging. Om een leger dat een kamp opslaat, een route volgt en weer vertrekt. De resten zijn daarom beperkt, maar ook scherp af te bakenen.
Voor wie zich afvraagt wat er van de Romeinen op de Veluwe is teruggevonden, zijn dit de kernvondsten. Geen brede laag Romeinse bewoning, wel een paar plekken waar hun aanwezigheid bijna letterlijk in het zand is getekend.
Bewoning op de Veluwe in de Romeinse tijd
De Veluwe was in die tijd geen leeg decor. Op de Apeldoornse Enk is een Germaanse nederzetting uit de eerste en tweede eeuw vastgesteld. Dat laat zien dat er op de hogere gronden gewoon werd gewoond in dezelfde periode waarin Romeinse troepen door het gebied konden trekken.
Die combinatie is belangrijk. De archeologische vondsten op de Veluwe gaan dus niet alleen over militairen, maar ook over de mensen die hier al leefden. De streek bestond uit nederzettingen, akkers en routes door het landschap. De komst van Romeinse troepen vond plaats in een gebied dat al betekenis had voor de bewoners zelf.
Daarmee wordt het beeld ook nuchterder. De Veluwe was geen Romeinse provincie in het klein. Het was een gebied buiten de grens, met eigen bewoning en af en toe Romeinse aanwezigheid.
Wat niet tot de Veluwe hoort
Bij dit onderwerp duiken geregeld vondsten op uit plaatsen die niet op de Veluwe liggen. Dat vraagt om precisie. Velp en Arnhem liggen aan de rand van de Veluwe, maar zijn niet hetzelfde als de Veluwe. Lienden ligt in de Betuwe en hoort dus niet in een overzicht van Romeinse vondsten op de Veluwe thuis. Diepenveen ligt evenmin op de Veluwe.
Dat soort vondsten kan wel iets zeggen over de bredere regio rond de Rijn en de invloed van de Romeinse wereld, maar ze maken het verhaal over de Veluwe snel onnauwkeurig. Wie het echt over Romeinse sporen op de Veluwe heeft, komt uit bij plekken als Ermelo, Leuvenum, Hoog Buurlo en de Apeldoornse Enk.
Waarom de vondsten bescheiden blijven
De Romeinse resten op de Veluwe zijn beperkt, en dat is logisch. De streek lag buiten de limes. Je verwacht hier dus geen forten, havens of stedelijke centra. Wat je wel vindt, past bij een grensgebied zonder formele Romeinse inrichting.
Denk aan tijdelijke kampen, een oven, een stuk militair uitrusting en sporen van lokale bewoning. Samen vormen die geen dicht netwerk van vindplaatsen. Ze geven wel een helder beeld van hoe de Veluwe in de Romeinse tijd functioneerde: als gebied buiten de grens, maar niet buiten bereik.
Dat maakt de vondsten misschien minder groot van schaal, maar niet minder interessant. Juist omdat ze zo schaars zijn, vertellen ze veel. Een wal bij Ermelo, een kamp bij Hoog Buurlo, een oven bij Leuvenum. Meer is soms niet nodig om een verleden zichtbaar te maken.
Veelgestelde vragen
Lag de Veluwe in het Romeinse Rijk?
Nee. De Veluwe lag buiten het Romeinse Rijk. De noordgrens, de limes, liep langs de Rijn.
Welke Romeinse vondsten zijn er op de Veluwe gedaan?
De bekendste vondsten zijn de marskampen bij Ermelo, Leuvenum en Hoog Buurlo. Bij Leuvenum is ook een Romeinse oven gevonden en bij Hoog Buurlo een fragment van militair pantser.
Wat is het marskamp bij Ermelo?
Dat is een tijdelijk Romeins legerkamp uit ongeveer 170 na Christus. Het kamp was 250 bij 350 meter groot en had een wal en een gracht.
Is Hoog Buurlo echt een Romeins kamp?
Volgens archeologisch onderzoek wel. Er zijn een gracht, een wal en ingangen vastgesteld. Het kamp dateert vermoedelijk uit de tweede eeuw na Christus.
Waren er in die tijd ook bewoners op de Veluwe?
Ja. Op de Apeldoornse Enk is een Germaanse nederzetting uit de eerste en tweede eeuw gevonden. De Veluwe was dus bewoond.
Waarom zijn er zo weinig Romeinse resten op de Veluwe?
Omdat de Veluwe buiten de Romeinse grens lag. Romeinen verbleven hier tijdelijk, maar bouwden er geen netwerk van forten of steden.

Leave a Reply