Bij De Beeldentuin in Garderen kan één zandsculptuur van ongeveer zes bij zes meter bijna vijftig ton wegen. Toch maakt juist een klein detail vaak nieuwsgierig: een gezichtsuitdrukking, een plooi in kleding of een herkenbaar voorwerp. Hoe krijg je dat allemaal uit zand?
De tentoonstelling voegt iets toe aan een bezoek aan de Veluwe waarvoor je niet het bos of de hei op hoeft. Kunstenaars werken er met rivierzand aan voorstellingen rond een wisselend thema. Een groot deel staat onder een overkapping, waardoor een regenachtige dag geen reden hoeft te zijn om thuis te blijven.
Het begon bescheiden. In 2009 stonden er ongeveer tien sculpturen. Om te begrijpen hoe daar een terugkerende tentoonstelling uit ontstond, moeten we eerst terug naar de tuinbeelden waarmee de familie Van Ee begon.
Eerst waren er de tuinbeelden
Adri en Joke van Ee startten De Beeldentuin in 1994. Hun bedrijf in Garderen, in de gemeente Barneveld, draaide aanvankelijk om beelden voor de tuin. Zandkunst hoorde nog niet bij het aanbod.
De locatie kreeg geleidelijk meer functies. In 2007 begon de bouw van het woonwinkeldorp en Lunchroom De Rozentuin. Bezoekers konden daardoor langer op het terrein blijven: eerst rondkijken tussen de beelden, daarna winkelen of ergens gaan zitten voor een lunch.
Dat verklaart een deel van de latere ontwikkeling. De zandsculpturen kwamen niet op een leeg terrein te staan. Er was al een familiebedrijf met bezoekers, winkelruimte en horeca. Een nieuwe tentoonstelling kon daarop aansluiten.
De beeldentuin beslaat ruim drieduizend vierkante meter. Wie er voor de zandkunst komt, treft dus ook het oudere deel van het bedrijf aan. Tuinbeelden en zandsculpturen horen bij dezelfde locatie, maar hebben ieder hun eigen ontstaansgeschiedenis.
Een nieuw idee om bezoekers te trekken
De eerste editie kreeg de naam ’t Veluws Zandsculpturenfestijn. De aanleiding was praktisch: de eigenaar zocht een nieuwe manier om gasten naar Garderen te laten komen.
Ongeveer tien sculpturen vormden het begin. Daarna groeide de tentoonstelling en ging een internationaal gezelschap kunstenaars aan de beelden werken. De zandkunst kreeg een eigen publiek, naast de mensen die voor de tuinbeelden of winkels kwamen.
De keuze voor een jaarlijks thema maakte herhaling mogelijk zonder steeds dezelfde tentoonstelling te tonen. Wie al eens was geweest, kon bij een volgende editie andere voorstellingen bekijken. Voor de makers betekende het dat zij telkens opnieuw moesten bedenken hoe zij een onderwerp in zand konden uitwerken.
Daarmee veranderde ook de reden voor een bezoek. De sculpturen waren niet langer alleen een aanvulling op het bestaande bedrijf. Mensen kwamen er speciaal voor naar Garderen.
Wat een thema met de tentoonstelling doet
Een thema geeft de afzonderlijke beelden samenhang. Het helpt bezoekers te begrijpen waarom bepaalde personen, gebouwen of gebeurtenissen naast elkaar staan. Je hoeft daarvoor geen kenner van beeldhouwkunst te zijn.
Historische onderwerpen lenen zich bijvoorbeeld voor herkenbare taferelen. Een gebouw of kledingstuk kan aanleiding geven om even stil te blijven staan. Wie iets herkent, kijkt anders dan iemand die het onderwerp voor het eerst tegenkomt.
Bij tentoonstellingen werkt de organisatie samen met musea. Museumstukken en toelichtingen geven achtergrond bij wat de kunstenaars uitbeelden. Zo blijft het bezoek niet beperkt tot de vraag hoe groot een sculptuur is of hoeveel zand erin zit.
Hoeveel aandacht je aan die uitleg besteedt, bepaal je zelf. Sommige bezoekers lezen graag over het onderwerp. Anderen kijken vooral naar de manier waarop de makers een gezicht of houding hebben uitgewerkt.
Hoe blijft zo’n zandbeeld staan?
Aan de tentoonstelling werkt een internationaal team van ongeveer 25 tot 30 kunstenaars. Deze zandbeeldhouwers heten ook wel carvers. Zij gebruiken speciaal rivierzand.
De hoeveelheid materiaal kan flink oplopen. Een voorstelling van ongeveer zes bij zes meter kan bijna vijftig ton wegen. Dat zegt iets over de omvang van het werk, maar de fijnste details vragen een heel andere benadering. Daar telt een kleine ingreep al mee.
Om de sculpturen tegen weersinvloeden te beschermen, krijgen ze een speciale vernislaag. Die helpt schade door regen en hagel te beperken. Het betekent niet dat het oppervlak tegen alles bestand is. Aanraken kan details beschadigen en mag tijdens een gewoon bezoek daarom niet.
Ongeveer twee derde van de sculpturen staat overdekt. Dat beschermt het werk en maakt het voor bezoekers gemakkelijker om bij wisselvallig weer rond te kijken. Een deel ligt buiten, dus kleding die past bij het weer blijft verstandig.
Rondkijken op het terrein
Na de tentoonstelling hoeft het bezoek niet meteen afgelopen te zijn. Op dezelfde locatie liggen de beeldentuin, het woonwinkeldorp en Lunchroom De Rozentuin. Voor kinderen is er een speelvoorziening.
Dat is prettig voor gezelschappen met verschillende interesses. De een wil uitvoerig naar de sculpturen kijken, terwijl een ander liever nog even door de winkels loopt. Een pauze bij de lunchroom geeft gelegenheid om tussendoor te zitten.
De locatie ligt op korte afstand van de A1 en heeft een parkeerterrein. Er zijn gehandicaptenparkeerplaatsen en laadpalen voor elektrische auto’s. Een bushalte ligt op ongeveer 250 meter afstand. Wie met het openbaar vervoer komt, doet er goed aan vooraf de actuele verbinding te bekijken.
Op het terrein zijn goed begaanbare paden en zitplekken. Dat kan een bezoek voor mensen die minder gemakkelijk lopen prettiger maken. Wie specifieke voorzieningen nodig heeft, kan die het beste vooraf bij de organisatie navragen. Goed begaanbare paden zeggen immers niet alles over wat iemand persoonlijk nodig heeft.
Aanraken mag op de Blindendag
Gewoonlijk moeten handen uit de buurt van de sculpturen blijven. Tijdens de jaarlijkse Blindendag maakt de organisatie daarop een uitzondering voor mensen met een visuele beperking.
Deelnemers kunnen dan met hun handen de vormen onderzoeken. Een voorstelling die voor andere bezoekers vooral uit zichtbare details bestaat, wordt op die manier voelbaar. Juist bij zandkunst is dat bijzonder, omdat het materiaal tijdens gewone bezoeken bescherming tegen aanraking nodig heeft.
Toegankelijkheid gaat hier dus verder dan paden en parkeerplaatsen. Het gaat ook om de vraag hoe iemand de tentoonstelling kan ervaren. Wie aan deze dag wil deelnemen, kan vooraf bij de organisatie informeren naar de datum en de voorwaarden.
Voor Garderen is het festijn inmiddels een extra aanleiding voor een uitstapje. Het familiebedrijf begon met tuinbeelden en voegde later winkels, horeca en zandkunst toe. Die geschiedenis is op het terrein nog terug te zien. De wisselende tentoonstelling geeft ondertussen een concrete reden om nog eens terug te komen.
Veelgestelde vragen
Waar staan de zandsculpturen in Garderen?
De tentoonstelling ligt bij De Beeldentuin in Garderen, in de gemeente Barneveld op de Veluwe. Het woonwinkeldorp en Lunchroom De Rozentuin liggen op hetzelfde terrein.
Moet ik vooraf online een kaartje kopen?
Kaartjes zijn ook aan de kassa verkrijgbaar. Vooraf online kopen is dus niet verplicht. Controleer voor vertrek de actuele openingstijden en toegangsvoorwaarden.
Is de tentoonstelling geschikt voor een regenachtige dag?
Ongeveer twee derde van de sculpturen staat overdekt. Een deel van het bezoek speelt zich buiten af, dus houd rekening met het weer.
Mogen bezoekers de zandbeelden aanraken?
Tijdens een gewoon bezoek niet, omdat aanraking schade kan veroorzaken. Op de speciale Blindendag geldt een uitzondering voor deelnemers met een visuele beperking.
Zijn er voorzieningen voor mensen die minder goed lopen?
Er zijn goed begaanbare paden, zitplekken en gehandicaptenparkeerplaatsen. Neem bij specifieke toegankelijkheidsvragen vooraf contact op met de organisatie.
Wat is er naast de tentoonstelling te doen?
Op het terrein kun je tuinbeelden bekijken, het woonwinkeldorp bezoeken en iets eten of drinken bij Lunchroom De Rozentuin. Er is ook een speelvoorziening.

Leave a Reply