Bij Harderwijk liggen de Veluwerandmeren vlak naast de stad. Rond Garderen bepalen bos en heide het uitzicht. Beide plekken helpen om de Veluwe te begrijpen: een landstreek met een bebost binnengebied, dorpen en overgangen naar het water en de rivierdalen.
Waar de streek precies begint en eindigt, laat zich niet met één lijn aanwijzen. Een landschappelijke grens loopt anders dan een gemeentegrens. Ook het beschermde natuurgebied en de nationale parken hebben hun eigen afbakening.
Dat verklaart waarom plaatsnamen soms verwarring oproepen. Apeldoorn ligt aan de oostrand, maar de gemeente omvat ook dorpen en bossen verder naar binnen. En wie in Otterlo verblijft, zit op de Veluwe zonder noodzakelijk Nationaal Park De Hoge Veluwe te bezoeken.
Waar ligt de Veluwe?
De Veluwe ligt in Gelderland, centraal in Nederland. Het IJsseldal vormt globaal de oostelijke begrenzing. Aan de noordwestkant liggen de Veluwerandmeren, aan de zuidkant de Nederrijn. In het westen gaat het landschap over in de Gelderse Vallei.
Die grenzen geven richting, maar vormen geen scherpe omheining. Vooral langs de randen lopen landschappen in elkaar over. Bos maakt plaats voor landbouwgrond, dorpsbebouwing of de lagere gronden bij een beek.
Binnen de streek wisselen naaldbossen, loofbossen, heidevelden en zandverstuivingen elkaar af. Er liggen ook vennen en beken. Wie alleen aan droge zandgrond denkt, mist dus een deel van het landschap.
Bij oppervlaktecijfers verdient de afbakening aandacht. Het Natura 2000-gebied Veluwe beslaat ongeveer 912 vierkante kilometer, oftewel 91.200 hectare. Dat is niet hetzelfde als de hele landstreek. Dorpen, stedelijke gebieden en landbouwgronden vallen niet vanzelfsprekend binnen dat beschermde gebied.
Steden en dorpen langs de rand
Harderwijk, Apeldoorn en Ede zijn bruikbare herkenningspunten op de kaart. Ze liggen aan verschillende kanten van het gebied en hebben stations voor reizigers die zonder auto komen.
Langs de noordelijke en noordwestelijke rand liggen onder meer Elburg, Nunspeet, Ermelo en Putten. Epe en Heerde liggen aan de oostkant, waar de hogere zandgronden overgaan naar het IJsseldal. Zuidelijker liggen Renkum en Wageningen bij de overgang naar het rivierenlandschap.
Niet iedere plaats in de omgeving is daarmee een Veluwse plaats. Barneveld ligt in de Gelderse Vallei, ten westen van het centrale bosgebied. De gemeente Barneveld omvat wel dorpen die op de Veluwe liggen, zoals Garderen en Kootwijk. Het verschil tussen een plaats en een gemeente doet er hier dus toe.
Ook Arnhem vraagt om een precieze omschrijving. De stad geldt niet als Veluwse plaats, al liggen binnen de gemeentegrenzen natuurgebieden die landschappelijk bij de zuidelijke Veluwe horen.
Voor een bezoek zeggen zulke grenzen niet alles. Een station aan de rand kan een handig vertrekpunt zijn. Controleer wel de aansluitende busverbinding: een station ligt niet automatisch op loopafstand van de gewenste wandelroute.
Dorpen tussen de bossen
Garderen, Elspeet, Kootwijk, Hoenderloo, Otterlo en Hoog Soeren liggen in het binnengebied. Rond deze dorpen liggen bossen, heidevelden of open zandgebieden vaak dichtbij.
Toch heeft ieder dorp een eigen omgeving. Bij Kootwijk hoort het open landschap van het Kootwijkerzand. Otterlo en Hoenderloo zijn bekende uitvalsbases voor een bezoek aan Nationaal Park De Hoge Veluwe. Hoog Soeren ligt tussen de bossen ten westen van Apeldoorn.
Beekbergen ligt op de oostelijke flank van de streek. Vaassen en Emst liggen dichter bij de overgang naar het lagere land. Ze horen bij de Veluwse dorpen, maar passen minder goed in het beeld van een dorp midden in een uitgestrekt bosgebied.
Dat maakt een indeling in ‘binnenin’ en ‘aan de rand’ nuttig, maar niet sluitend. Op de fiets valt dat vanzelf op. Na een bosweg volgen huizen, weilanden of een beek, zonder een bord dat het einde van de streek aanwijst.
Twee nationale parken, een grotere landstreek
De namen lijken op elkaar, maar de Veluwe en Nationaal Park De Hoge Veluwe zijn niet uitwisselbaar. Het park vormt slechts een deel van de streek. Ook Nationaal Park Veluwezoom ligt binnen het grotere gebied.
De Hoge Veluwe heeft entrees bij Otterlo, Hoenderloo en Schaarsbergen. Bezoekers betalen toegang en moeten rekening houden met openingstijden. In het park staan de bekende witte fietsen klaar, die bezoekers op basis van beschikbaarheid kunnen gebruiken.
Het Kröller-Müller Museum ligt binnen de parkgrenzen. Voor het museum is naast de parkentree een afzonderlijk toegangsbewijs nodig. Museonder, het museum over het leven onder de grond, ligt eveneens in het park.
Veluwezoom ligt aan de zuidoostkant van de landstreek. Daar ligt Signaal Imbosch, met ongeveer 110 meter boven NAP het hoogste punt van de Veluwe. De heuvels maken hier goed zichtbaar dat het gebied meer reliëf heeft dan veel bezoekers verwachten.
Buiten de nationale parken liggen eveneens natuurterreinen met wandel- en fietspaden. Paleis Het Loo ligt bij Apeldoorn en hoort niet bij een van beide parken.
Hoe het landschap zijn vorm kreeg
De hoogteverschillen gaan terug op de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Landijs duwde ongeveer 150.000 jaar geleden lagen zand en grind op. Daardoor ontstonden stuwwallen die nog steeds het reliëf bepalen.
Het bos dat nu zo vertrouwd oogt, kwam veel later. Menselijk gebruik veranderde het landschap door de eeuwen heen. Begrazing en het weghalen van begroeiing droegen op sommige plekken bij aan het ontstaan van stuifzand.
In de negentiende eeuw besloeg dat stuivende zand een veel groter oppervlak dan nu. Vanaf het einde van die eeuw volgde grootschalige bosaanplant, onder meer om het zand vast te leggen.
De huidige afwisseling ontstond dus niet uitsluitend door natuurlijke processen. Ook bosbouw en natuurbeheer bepaalden het landschap. Een zandverstuiving blijft bijvoorbeeld niet vanzelf open: zonder beheer raken veel open plekken geleidelijk begroeid.
Op bezoek zonder de natuur te verstoren
Edelherten, wilde zwijnen en reeën leven in het gebied. Ook dassen, boommarters, raven en adders komen er voor. Een ontmoeting laat zich niet plannen. Afstand houden en op de toegestane paden blijven geeft dieren ruimte.
De toegangsregels verschillen per terrein en beheerder. Veel gebieden zijn alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang toegankelijk. Voor honden gelden plaatselijke regels; soms moeten ze aan de lijn, elders mogen ze niet komen. Tijdelijke afsluitingen kunnen broedende vogels of ander wild beschermen.
Recreatie levert bezoekers ontspanning op en brengt inkomsten voor lokale ondernemers. Tegelijk kunnen drukte en loslopende honden dieren verstoren. Ook woningbouw en stikstofdepositie zetten natuur en ruimte onder druk. Bewoners hebben behoefte aan woningen; natuurbeheerders wijzen op het belang van leefgebieden die niet verder versnipperen.
Een bezoek vraagt daarom vooral aandacht voor de plek zelf. Gebruik aangewezen parkeerplaatsen, lees de toegangsborden en neem afval mee. Op een drukke dag kan een andere route helpen, zolang die eveneens openstaat voor publiek.
Veelgestelde vragen
Waar ligt de Veluwe precies?
De streek ligt in Gelderland, globaal tussen het IJsseldal, de Veluwerandmeren, de Nederrijn en de Gelderse Vallei.
Welke plaatsen liggen op de Veluwe?
Onder meer Garderen, Elspeet, Kootwijk, Hoenderloo, Otterlo en Hoog Soeren liggen in het binnengebied. Harderwijk, Apeldoorn en Ede liggen aan de rand.
Hoort Barneveld erbij?
De plaats Barneveld ligt in de Gelderse Vallei. De gemeente omvat wel Veluwse dorpen, waaronder Garderen en Kootwijk.
Is De Hoge Veluwe hetzelfde gebied?
Nee. Nationaal Park De Hoge Veluwe is een afgebakend park binnen de grotere landstreek. Nationaal Park Veluwezoom ligt er ook.
Hoe groot is het natuurgebied?
Het Natura 2000-gebied beslaat ongeveer 912 vierkante kilometer. Dat beschermde gebied heeft andere grenzen dan de landstreek als geheel.
Is een bezoek gratis?
Veel natuurterreinen zijn gratis toegankelijk tijdens de aangegeven uren. Voor Nationaal Park De Hoge Veluwe betaal je entree. Controleer vooraf de regels van je bestemming.

Leave a Reply