Wie bij het Wekeromse Zand van het pad af de heide inkijkt, ziet niet meteen een akkerlandschap. Toch ligt het er wel. Onder pollen gras, tussen lage verhogingen en in bijna rechte lijnen in de bodem zitten sporen van een oude manier van boeren. Op de Veluwe zijn die resten op meerdere plekken bewaard gebleven. Archeologen noemen ze vaak Celtic fields. In het Nederlands gaat het ook over raatakkers of netakkers.
Dat zijn geen losse akkertjes, maar complete systemen van kleine percelen. Juist daardoor vertellen ze veel over het dagelijks leven op de Veluwe, lang voordat er sprake was van dorpen zoals we die nu kennen.
Oude akkers op de Veluwe
Wie over de hogere zandgronden bij Ede, Vaassen, Epe of Ermelo loopt, kijkt niet alleen naar heide en bos. Op verschillende plekken liggen resten van akkers die eeuwenlang zijn gebruikt. Die percelen waren klein en lagen strak naast elkaar. Tussen de akkers ontstonden lage walletjes van zand en opgehoopt materiaal uit het gebruik van het land.
In het veld vallen die vormen lang niet altijd op. Soms zie je alleen een lichte welving of een onregelmatige rand in de bodem. Vanuit de lucht wordt het patroon vaak veel duidelijker. Dan verschijnt een netwerk van vakken dat laat zien hoe zorgvuldig het landschap ooit was ingedeeld.
Dat maakt deze plekken interessant. Ze laten zien dat delen van de prehistorische Veluwe intensief werden gebruikt voor landbouw.
Waar liggen Celtic fields op de Veluwe?
De bekendste plek ligt bij het Wekeromse Zand, in de gemeente Ede. Daar ligt ook het grootste bekende complex van Nederland. Wie zich verdiept in Celtic fields Veluwe, komt al snel hier uit. Het gebied laat goed zien hoe groot zo’n oud akkerlandschap kon zijn.
Ook bij Vaassen zijn belangrijke resten gevonden. Verder liggen er complexen in de omgeving van Epe en Ermelo. In die laatste omgeving wordt vaak het Solsche Gat genoemd. Al deze plekken liggen op hogere zandgronden. Dat is logisch, want juist daar probeerden bewoners landbouw mogelijk te maken op arme grond.
Niet elke locatie is even zichtbaar voor bezoekers. Sommige wallen zijn in heide of bos nog redelijk te volgen. Andere complexen herken je vooral op luchtfoto’s of hoogtekaarten. Daardoor ontgaat het veel wandelaars dat ze door een oud cultuurlandschap lopen.
Hoe zagen deze akkers eruit?
De akkers waren meestal klein en min of meer vierkant. Vaak ging het om percelen van ongeveer 35 tot 50 meter per zijde. Samen vormden ze een aaneengesloten patroon.
Langs de randen lagen lage walletjes. Die ontstonden doordat grond, stenen en ander materiaal steeds naar de zijkanten werden gewerkt. Zo kregen de percelen in de loop van de tijd een duidelijke begrenzing. Die randen hielpen waarschijnlijk ook tegen verstuiving en hielden vee beter buiten de akker.
Op de grond oogt dat subtiel. Je loopt niet door diepe greppels of langs hoge wallen. Het gaat om kleine hoogteverschillen. Juist daarom zijn veel Celtic fields op de Veluwe voor een geoefend oog zichtbaar, maar voor de meeste bezoekers niet meteen.
Uit welke tijd stammen ze?
De Veluwse akkercomplexen dateren uit een lange periode. De aanleg begint in de Late Bronstijd. Daarna bleven veel van deze akkers in gebruik in de IJzertijd en nog een deel van de Romeinse tijd. Grofweg gaat het om de periode van ongeveer 1100 voor Christus tot ergens in de eerste eeuwen na Christus.
Dat betekent niet dat elk perceel al die eeuwen onafgebroken werd gebruikt. Sommige akkers zullen zijn verlegd, opnieuw ingericht of een tijd braak hebben gelegen. Het gaat dus om een landbouwsysteem dat lang standhield, niet om één momentopname.
De naam Celtic fields is trouwens misleidend. De term is ooit door archeologen bedacht, maar heeft niets te maken met een bewezen Keltische oorsprong op de Veluwe. Daarom gebruiken onderzoekers ook graag woorden als raatakkers of netakkers. Toch blijft de oude naam in publicaties en bij het grote publiek hardnekkig in gebruik.
Wat vertellen deze akkers over het leven op de Veluwe?
Vooral dat de Veluwe in de prehistorie geen leeg gebied was. Op de zandgronden werd gewerkt, gezaaid, geoogst en bemest. Mensen verbouwden er graan en waarschijnlijk ook peulvruchten. Op arme grond lukte dat alleen als akkerbouw en veehouderij met elkaar verbonden waren.
Vee leverde mest. Die mest was nodig om de bodem bruikbaar te houden. Zonder die aanvulling raakte de grond snel uitgeput. De bewoners moesten dus goed weten hoe ze met hun omgeving omgingen. Dat maakt deze oude akkers waardevol voor archeologen. Ze laten niet alleen zien waar mensen woonden, maar ook hoe ze hun bestaan organiseerden.
Dat beeld schuurt soms met het huidige idee van de Veluwe als vooral natuurgebied. Heide, bos en stuifzand bepalen nu het gezicht van veel plekken. In de bodem ligt echter nog een oudere laag. Daarin zie je dat mensen het landschap al vroeg naar hun hand zetten.
Waarom verdwenen de Celtic fields?
Over het verdwijnen van deze akkers bestaat geen simpele verklaring. Archeologen wijzen vaak op bodemuitputting. Op schrale zandgrond was landbouw kwetsbaar. Als de opbrengst terugliep, moesten bewoners andere oplossingen zoeken.
Daarnaast veranderde de landbouw zelf. Nieuwe werktuigen en andere manieren van grondgebruik maakten het oude systeem van kleine, begrensde percelen minder geschikt. De overgang zal niet overal tegelijk zijn gegaan. Op de ene plek raakten akkers eerder buiten gebruik dan op de andere.
Juist daar zit ook de nuance. Het was geen plotseling einde waarbij het hele landschap in één keer werd verlaten. Eerder lijkt het te gaan om een geleidelijke verandering in hoe mensen hun grond gebruikten.
Wat is er nu nog van te zien?
Wie vandaag oude akkers Veluwe wil zien, moet geduld hebben. In veel gevallen zijn de resten klein en kwetsbaar. In heidegebieden en in bos zijn de wallen soms nog als lage ruggen te herkennen. Op andere plekken zijn ze aan het oog onttrokken, maar in de bodem nog wel aanwezig.
Luchtfoto’s en moderne hoogtekaarten hebben veel geholpen om deze patronen beter in beeld te krijgen. Daardoor werd ook duidelijk dat het niet om een paar losse vakken gaat, maar om complete akkercomplexen.
Veel van die terreinen zijn beschermd als archeologisch monument. Dat is nodig, want zulke sporen verdwijnen snel als de bodem diep wordt bewerkt of geëgaliseerd. Wat nu nog zichtbaar is als een lichte verhoging, kan dan voorgoed verloren gaan.
Wekeromse Zand en Vaassen
Het Wekeromse Zand is de plek waar veel mensen voor het eerst kennismaken met dit verhaal. Daar is ook een reconstructie gemaakt van een deel van het oude landschap, met akkers en een boerderij uit de ijzertijd. Zo’n reconstructie blijft altijd een benadering, maar ze helpt wel om je voor te stellen hoe het gebied ooit gebruikt werd.
Bij Vaassen liggen eveneens belangrijke resten. Dat complex geldt als goed bewaard. Juist op zulke plekken zie je dat het niet ging om een incidenteel akkertje aan de rand van de heide, maar om een zorgvuldig ingericht systeem.
Nieuw onderzoek heeft dat beeld verder aangescherpt. Met moderne technieken zijn op de Veluwe opnieuw patronen van raatakkers herkend. Daarmee groeit het besef dat onder het huidige landschap nog veel sporen van oud grondgebruik schuilgaan.
Een tweede laag in het landschap
Voor veel bezoekers is de Veluwe het decor van een wandeling door bos, heide of zandverstuiving. Dat beeld klopt, maar het is niet het hele verhaal. Onder dat landschap ligt een tweede laag. Geen ruïne van steen, geen zichtbaar dorp, maar een oud raster van akkers.
Juist dat maakt de Celtic fields op de Veluwe bijzonder. Ze dwingen je beter te kijken. Naar een lichte verhoging in de heide. Naar een rechte lijn waar je eerst niets achter zocht. En naar het besef dat hier al heel lang mensen leefden, werkten en probeerden iets uit de grond te halen.
FAQ
Waar liggen Celtic fields op de Veluwe?
Vooral in de gemeente Ede liggen veel resten, met het Wekeromse Zand als bekendste plek. Ook bij Vaassen, Epe en Ermelo zijn complexen gevonden.
Wat zijn Celtic fields precies?
Het zijn oude akkercomplexen van kleine percelen met lage walletjes ertussen. Samen vormen die een herkenbaar patroon in het landschap.
Hoe oud zijn deze akkers?
Ze stammen uit de Late Bronstijd, de IJzertijd en een deel van de Romeinse tijd. De gebruiksperiode loopt grofweg van 1100 voor Christus tot in de eerste eeuwen na Christus.
Waarom heet het Celtic fields?
Die naam is ooit door archeologen ingevoerd. Hij is blijven hangen, maar zegt niet dat de akkers op de Veluwe door Kelten zijn aangelegd.
Zijn de akkers nog zichtbaar?
Soms wel, vooral als lage walletjes in heide of bos. Op luchtfoto’s en hoogtekaarten zijn de patronen meestal beter te zien.
Wat verbouwden mensen op deze akkers?
Archeologen gaan uit van graan en mogelijk peulvruchten. Vee was belangrijk, onder meer voor de mest die nodig was op de arme zandgrond.

Leave a Reply